De Kozakken worden vandaag beschouwd als het archetype van het Russische wezen. Maar de bronnen laten ons een heel andere geschiedenis zien.

Zoals de naam al zegt (Kozak betekent “vrije strijder”) waren het gemeenschappen van vrije ruiters, die als boeren of struikrovers in de steppen leefden en voortdurend ruzie hadden met hun buren.

Zij waren echter geen afzonderlijk volk dat zich hier vestigde, maar gevluchte Russische en Oekraïense lijfeigenen die zich hier in de zuidelijke steppegebieden verzamelden en vrije gemeenschappen vormden, waarvoor de overkoepelende term Kozakken werd gebruikt.

 

In wezen kan men twee grote groepen onderscheiden.

Enerzijds zijn er de mensen die vluchtten voor de macht van de Poolse koning en de adel en die zich verzamelden bij de stroomversnellingen van de Dnjepr en in de zwarte aarde gebieden van de Oekraïne.

In de 17e eeuw waren er zoveel van hen dat zij een staat vormden tussen Polen, Rusland en het Ottomaanse Rijk en voortdurend oorlog voerden met de Poolse kroon.

 

In de landen verder naar het oosten, aan de Don en aan de Wolga, waren het echter vooral vluchtelingen uit het Russische Rijk.

Hier stichtten zij vanaf de 16e eeuw hun eigen gemeenschappen en nederzettingen en werden zij regelmatige verdedigingsboeren die, ook in het belang van de tsaar, de Aziatische paardennomaden tegenwerkten.

 

Tot in de 18e eeuw bleven zowel de Russische als de Oekraïense Kozakken onafhankelijk van het tsaristische rijk, wat alleen al door hun geschiedenis kan worden verklaard.

Daarna werd men zich echter bewust van hun militaire waarde en integreerde men hen geleidelijk in het Russische leger, waar zij zich in de loop van de 19e eeuw ontwikkelden tot een van de steunpilaren van het keizerrijk.

Dit lukte vooral doordat de Kozakken zichzelf zagen als een soort erfelijke krijgersklasse, die het ware Russisch belichaamde en zich alleen aan de tsaar verplicht voelde.

 

Tijdens de coalitieoorlogen en de Russische veldtocht van Napoleon speelden zij een hoofdrol in de eindoverwinning op de usurpator.

Dit werd ook erkend door de edele officieren, voor wie de tussenkomst van de Kozakken deel uitmaakte van de algemene volksopstand, die zij als de werkelijke reden van de triomf beschouwden.

 

Voor hen waren de vrije ruiters van de steppe modellen die een antithese vormden voor het autocratische systeem van hun tijd, en de merkwaardige situatie ontstond waarin juist die mensen die aan de Oudrussische maatschappij waren ontsnapt, werden getransfigureerd tot haar gezonde wortel.

“Ik begreep dat het in een oorlog van het volk niet voldoende is een gemeenschappelijke taal te spreken; men moet ook afdalen tot het niveau van het volk in manieren en kleding. Ik begon een boerenkaftan te dragen, liet een baard groeien en droeg de beeltenis van Sinterklaas in plaats van de Orde van de Heilige Anna”, bekende een hoge officier die het bevel had gevoerd over een Kozakkeneenheid.

 

Door nu in brede kringen te worden beschouwd als het archetype van het ware Russisch-zijn en de tsaar uit te roepen tot de opperste “hetman” van alle Kozakken, sloten de “vrije strijders” van de steppe een geestelijk verbond met het tsardom.

Maar zij werden daarmee nog lang geen beschaafde leden van de samenleving.

De weinige Kozakken die in 1813 in Midden-Europa verschenen als achtervolgers van Napoleons troepen, waren voldoende om de mensen in Noord-Duitsland er honderd jaar later met angst en afkeer over de “Kozakkenwinter” te doen spreken.