Selecteer een pagina

Het grootste eiland van het Bodenmeer ligt tussen Konstanz en Radolfzell en is met het vasteland verbonden door de Reichenau-stuwdam. Het eiland met zijn benedictijnenklooster staat sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en heeft een boeiende en bewogen geschiedenis.

 

Oprichting van het klooster

Volgens de legende kwam de heilige Pirmin in 724 naar het eiland Reichenau om er een klooster te stichten. Pirmin zelf was vermoedelijk bisschop geweest in Meaux bij Parijs en ging daarna op reis om verschillende kloosters te stichten. Toen hij op de Reichenau aankwam, zou deze verlaten zijn geweest, maar begroeid met veel kreupelhout en struikgewas. Ontelbare padden, kikkers en giftige slangen leefden daar. Maar toen Pirmin de grond raakte, zouden de dieren onmiddellijk van het eiland zijn gevlucht. Toen alle dieren het eiland hadden verlaten, maakte Pirmin er met de hulp van 40 mannen een bewoonbare plaats van en stichtte er een benedictijnenklooster, dat hij reeds na drie jaar verliet.

Het klooster bloeide op en werd een politiek, spiritueel en cultureel centrum in de vroege Middeleeuwen. De abdij van Reichenau had vanaf het begin landeigendom en de dorpen in de omgeving waren belastingplichtig. Samen met de gulle giften zorgden deze inkomsten voor de financiële zekerheid en rijkdom van het klooster.

 

Politiek belang onder de Karolingers en Ottoniërs

Verschillende abten van het klooster bekleedden invloedrijke politieke posities bij wereldlijke heersers. Abt Waldo (ca. 740-814/815) was bijvoorbeeld een vertrouweling van Karel de Grote en een van de adviseurs en opvoeders van diens zoon Pepijn. Andere abten van de Reichenau werden belast met diplomatieke missies, en abt Hatto III. (ca. 850-913) was ook aartsbisschop van Mainz en aartskanselier van het Oost-Frankische Rijk als Hatto I. Ook tijdens de regeerperiodes van de Ottoniërs en Saliërs zijn er abten van Reichenau in de nabijheid van de heersers te vinden: Witigowo en Alawich vergezelden Otto III. (980-1002) op zijn reizen naar Rome, en abt Berno (978-1048) was nauw verbonden met Hendrik II en Hendrik III.

 

Wetenschap en kunst

In de vroege Middeleeuwen bekleedde het klooster een belangrijke positie op het gebied van de wetenschap en bracht het talrijke geleerden voort. Een van de beroemdste was Hermann de Lamme (1013-1054), die bijzonder geïnteresseerd was in rekenen, meetkunde, astronomie en muziek en belangrijke wetenschappelijke bijdragen heeft geleverd. De abdij van Reichenau had ook een uitgebreide bibliotheek, die in de vroege middeleeuwen een van de grootste van Europa was, en het scriptorium van het klooster produceerde prachtige manuscripten die tot de belangrijkste van de westerse boekkunst behoren. Ook het kloosterplan van St. Gallen, de eerste weergave van een middeleeuws kloostercomplex, werd hier gemaakt.

 

Verval en secularisatie

Hoe belangrijk het klooster van Reichenau in de vroege Middeleeuwen ook was, vanaf het einde van de 11e eeuw begon zijn ster te dalen. Het aantal monniken in het klooster nam gestaag af, de abdij verloor haar privileges en de geestelijke leiding ging over naar andere kloosters. In de volgende eeuwen werd het klooster steeds onbeduidender en armer. Tenslotte werd de abdij in 1542 door de bisschop van Konstanz bij de abdij gevoegd, die daardoor niet meer onafhankelijk was. Pogingen om de onafhankelijkheid te herwinnen mislukten. In 1803 werd het klooster definitief geseculariseerd en werden de resten van de bibliotheek naar Karlsruhe overgebracht.

 

(D. F.)