Selecteer een pagina

Ondanks alle tegenstellingen in onze moderne wereld en ondanks alle verschillen tussen de culturen en streken op deze aarde, is er ten minste één element dat iedereen verenigt en “aan dezelfde tafel brengt”: eten. Maar is voedselcultuur er echt alleen om te overleven en gemeenschap te scheppen?

Dit artikel zal illustreren hoe de eetcultuur als stuwend en dynamiserend element kan hebben gefungeerd en welke positieve of negatieve invloed zij heeft gehad op de cultuur, de economie, de politiek en de levensstandaard van mensen en naties.

Twee belangrijke en nog steeds invloedrijke perioden van de Europese geschiedenis zullen worden belicht: het Romeinse Rijk tijdens de vroege keizertijd rond het jaar 0 en Europa ten tijde van de Renaissance en de ontdekkingsreizen rond het jaar 1500.

 

Terwijl de vroege Romeinen nog leefden op een zeer eenvoudig dieet, ontwikkelde de elite in de vroege keizertijd een speculatieve luxe die ook overeenkwam met de status van Rome als nieuwe wereldmacht. De decadentie riep ook kritiek op – er ontstond een tegenstelling tussen twee voedingsconcepten. Naast deze vormen van eetcultuur diende de Romeinse kookkunst vooral als een middel tot afbakening – aan de ene kant weerspiegelde zij sociale hiërarchieën, maar men streefde ook naar een contrast tussen de Romeinse “beschaving” en de “barbaren” buiten de grenzen van het keizerrijk.

In de vroege keizertijd had de voeding een niveau bereikt dat pas in de vroegmoderne tijd weer een revolutie zou ondergaan. De rijken aten gezond en evenwichtig, maar het gewone volk had geen toegang tot de luxe van de hoge Romeinse eetcultuur. Ook in de Romeinse literatuur werd uitgebreid aandacht besteed aan gezonde voeding. De eetcultuur en ook de economie van Rome waren in de keizertijd absoluut afhankelijk van zijn provincies en van de handel met buitenlanders.

 

In de late Middeleeuwen werd de specerijenhandel steeds belangrijker. Daarom nam Europa uiteindelijk de wereldhandel over, breidden de Portugezen en de Nederlanders hun invloed in de Indische Oceaan uit, en veroverden de Spaanse conquistadores de Amerika’s. Wat volgde was een ongelooflijke verandering voor de cultuur van Europa. Het resultaat was globalisering, bevolkingsgroei en economische expansie door de vestiging van het plantagesysteem, door de Columbiaanse Uitwisseling en de slavernij.

De eetcultuur van de Renaissance legde nog veel nadruk op enscenering, inclusief betrokkenheid van het publiek. Later hadden ook de vele nieuwe voedingsmiddelen, zoals koffie en aardappelen, een blijvende invloed op de eetcultuur en het dagelijks leven van de Europeanen. De culinaire kunsten werden meer en meer verfijnd.

Een gemeenschappelijk kenmerk van beide eetculturen is het zich wenden tot andere culturen. Nieuwe planten en dieren werden ingevoerd, en in veel gevallen was er een zekere afhankelijkheid van handel met het buitenland.

 

Zowel het oude Rome als het vroegmoderne Europa aarzelden niet om andere landen en regio’s met hun hulpbronnen en handelsroutes in te nemen en uit te buiten. De Romeinse provincies en de Europese koloniën waren belangrijk voor de economische expansie van hun respectieve landen. Met de eetculturen werd natuurlijk ook een identiteit en een afbakening gecreëerd, of het nu ging om de tegenstelling tussen beschaving en barbarij bij de Romeinen of, door de tijdperken heen, het verschil tussen de sociale klassen, de armen en de rijken, de boeren en de edelen.

Er kunnen echter ook duidelijke verschillen worden vastgesteld: De Romeinse eetcultuur was zeer heterogeen en naar bepaalde maatstaven zelfs taboe – en daarom niet zo identiteitsvormend als bijvoorbeeld de zich ontwikkelende nationale keukens in de late vroegmoderne periode. Rome was slechts een politieke entiteit die vele culturele kringen omvatte, gedeeltelijk overnam en absorbeerde – geheel in tegenstelling tot het gefragmenteerde Europa van rond 1500.

In de late oudheid daalde de levensstandaard bovendien aanzienlijk, het Romeinse Rijk stortte in, samen met zijn hoge eetcultuur, en de periode van volksverhuizingen brak aan. Reeds in de vroege keizertijd, de gouden eeuw van Rome, hadden de armen bijna geen toegang tot de eetluxus en dat zou ook nooit veranderen.

In de vroegmoderne periode daarentegen wordt de gewone burgerij steeds machtiger. De rijkdom neemt toe, de wereld wordt kleiner en ook het gewone volk krijgt toegang tot exotisch voedsel en hoogstaande culinaire kunsten op zijn laatst sinds het begin van de moderne tijd. De mens kon en kan niet om voedsel heen, het is een belangrijk element van het dagelijks leven – te allen tijde. De studie van eetculturen biedt niet alleen een blik op de denk- en handelwijzen van mensen uit vervlogen tijden, maar toont ook de invloed en de dynamiserende werking van voedsel op cultuur, economie en politiek.

 

(Ch. Sch.)