Selecteer een pagina

Vincent van Gogh was een van die genieën voor wie talent niet in de wieg lag.

Integendeel, het was een lange tijd van zoeken en proberen die de volwassen man dwong om te blijven zoeken naar nieuwe manieren van expressie.

 

Hij schreef zich op 32-jarige leeftijd in aan de Academie van Beeldende Kunsten in Antwerpen. Maar het waren waarschijnlijk de verwarmde kamers en de vrije modellen en niet zozeer het verlangen om er te leren, die hem ertoe brachten om deze stap te zetten. Ook hier bleef hij de buitenstaander die zich aan geen enkele methode onderwierp en zijn eigen weg bleef zoeken.

Het was ook in Antwerpen dat hij een brief van zijn broer ontving waarin hij vertelde over de nieuwe, kleurrijke stijl van de Franse impressionisten.

 

Van Gogh brak zijn tenten af en reisde naar Parijs. Geïnspireerd door de schilderijen van de nieuwe school begon hij meteen in deze stijl te schilderen en maakte hij een serie zelfportretten, waartoe ook het “zelfportret met grijze vilthoed” behoorde.

Hier presenteert hij zich als een modieus geklede Parijzenaar, nog ver weg van de waanzin van zijn late dagen, en interpreteert het met opvallende penseelstreken en sterke kleuren.